2011

Heden, verleden en toekomst van VDO

Verslag van de studiemiddag van de Vereniging voor Dansonderzoek,
22 januari 2011 te Utrecht. De studiemiddag stond in het teken van het 20 jarig bestaan van de VDO en het centrale thema was stand van zaken op het gebied van danswetenschap en –onderzoek in binnen- en buitenland.
Ruim veertig mensen namen aan de studiemiddag deel.

studiemiddag 2010 studiemiddag 2010-5

Na een welkomstwoord van de voorzitter, Liesbeth Wildschut, volgde een presentatie van Maaike Bleeker, professor Theaterwetenschap, verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Zij ging in op de huidige ontwikkelingen op het gebied van dansonderzoek.
Het gaat goed met het dansonderzoek in Nederland. Het is een rijk en divers onderzoeksveld geworden. Het eerste onderzoek was vooral historisch van aard, maar nu worden zeer uiteenlopende onderzoeksvragen gesteld en worden andere disciplines betrokken. Voorbeelden hiervan zijn onderzoek naar wat mensen die naar dans kijken ervaren, maar ook onderzoek naar wat dans kan beteken voor kinderen met gedragsproblemen. Het onderzoek naar dansimprovisatie reikt zelfs zover dat het ingezet kan worden voor de analyse van besluitvorming op andere terreinen. Ander onderzoek gaat in op de verschillen tussen de seksen. Het dansonderzoek trekt steeds meer wetenschappers uit andere vakgebieden aan, en danswetenschappers passen hun kennis steeds meer toe buiten de danswetenschap in engere zin. Danswetenschap heeft daardoor een groot potentieel gekregen.
Aan de hand van wetenschappelijke conferenties in het begin van de 21ste eeuw wordt deze ontwikkeling ook zichtbaar. Een eeuw geleden stond de dans an sich en de bevrijding van de danskunst als onafhankelijke kunstvorm centraal, maar, zoals een grote conferentie in Berlijn in 2006 illustreert, wordt nu dans meer benut als bron van informatie die benut kan worden in wetenschappelijk onderzoek van allerlei aard.

Vervolgens was het woord aan Scott deLahunta, als dansonderzoeker o.a. verbonden aan de universiteit van Coventry en projectleider van ‘Motion Bank’, van de Forsythe Company.
Scott ging in zijn presentatie in op de doelen en werkwijzen van het project Inside Movement Knowledge, dat gericht was op onderzoek naar nieuwe methoden van documentatie, overdracht en behoud van choreografische processen en de kennis die besloten ligt in dansproducten.
De centrale vragen daarbij waren afkomstig uit de danspraktijk, met name vanuit het Internationaal Choreografisch Kunstencentrum Amsterdam (ICKAmsterdam) van Emio Greco en Pieter C. Scholten. Ook buitenlandse choreografen, zoals Davies, Forsythe en McGregor hielden zich hier mee bezig. De vragen waren onder andere:
– What type of notation can capture inner intention as well as the outer shape of gestures and phrases?
– How to create a ‘living’ archive based on constantly evolving principles of movement and choreography?
– What is choreographic and/ or physical thinking? How is this thinking ‘distributed’ in a creative situation? Is moving a thinking process?
– Can we draw on scientific understanding of cognitive-affective-sensory mechanisms to augment the creation process?
– How can we teach audiences to see complex choreographic organisation? To see how the dance (e.g. one flat thing, reproduced) functions?
– What else can this dance look like? Can dance ‘data’ support mutually valuable relationships with other disciplines and fields of practice?
– How is dance a form of knowledge? What is the knowledge that is dance?
Gezocht wordt naar nieuwe manieren van: documenteren, analyseren, (an)notatie, meten en beschrijven.
De resultaten worden vastgelegd in o.a. archieven, publicaties (boek, dvd), creatieve en educatieve instrumenten. Daarbij is tevens een interactieve installatie ontwikkeld.
Dit alles moet leiden tot nieuwe inzichten en werkwijzen.
Men gaat uit van een interdisciplinaire benadering waarbij wordt samengewerkt met mensen die afkomstig zijn uit onder andere de antropologie, psychologie, neurologie, architectuur, design, linguïstiek en filosofie.
In het project wordt samengewerkt met vertegenwoordigers uit verschillende organisaties, zoals het Nederlands Instituut voor mediakunst, de afdeling Theaterwetenschap van de universiteit van Utrecht, de afdeling Dans van de Hogeschool voor de Kunsten Amsterdam en een internationaal partnernetwerk.
Voor meer informatie: http://insidemovementknowledge.net

De volgende spreker was Onno Stokvis, kunsthistoricus en o.a. werkzaam geweest bij het Theater Instituut Nederland.
Onno Stokvis is een van de oprichters van de Verenging van Dansonderzoek en heeft deze ontwikkeling daardoor van dichtbij meegemaakt. Twintig jaar geleden werkte hij bij het Nederlands Instituut voor de Dans. Het (overwegend) historische onderzoek naar dans vormde de aanleiding voor de oprichting van de VDO. Het idee voor de oprichting werd geboren toen Onno Stokvis en Jaap Blokdijk (historicus) elkaar toevallig tegen kwamen en tot de conclusie kwamen dat een vereniging die alle onderzoekers en hun onderzoek bijeen zouden brengen node moest worden opgericht. Nederland werd steeds meer een dansland. De sector had behoefte aan professionalisering, wat betekende dat belangen moesten worden behartigd, dat onderzoek moest worden gedaan en dat gegevens gedocumenteerd en ontsloten moesten worden. Zij legden het idee voor aan Eva van Schaik, historica en toen hoofd van de bibliotheek van het instituut, die met het idee instemde. Frits Naerebout werd bereid gevonden de taak van voorzitter op zich te nemen. Onno Stokvis werd secretaris, Jaap Blokdijk penningmeester, Eva van Schaik en Luuk Utrecht (historicus en criticus) werden bestuursleden. De vereniging zocht contact met de dansvakopleidingen en koepels van professionele, amateur- en volksdansers.
In de loop der tijd kwam er een zelfstandige belangenorganisatie (het Directie Overleg Dansgezelschappen het DOD) en liet de VDO deze taak vallen.
Vanaf 1969 vond aan de Universiteit van Utrecht structureel dansonderzoek plaats door Hans Ultman. Toen dit stopte, vond er enkele jaren geen structureel onderzoek meer plaats. De draad werd vervolgens opgepakt door Luuk Utrecht, en later Liesbeth Wildschut. Ook vond incidenteel onderzoek plaats. De VDO besloot het onderwerp dansonderzoek breed op te vatten, omdat het een zo groot mogelijke maatschappelijk relevantie nastreefde.
Het dansonderzoek heeft zich in de loop der jaren verbreed, zoals eerder deze dag besproken. Vooruitblikkend zou het mooi zijn wanneer er Engelstalige publicaties over de dans in Nederland zouden verschijnen.

Ten slotte nam opnieuw Liesbeth Wildschut het woord, om stil te staan bij de wensen, ambities en mogelijkheden van de VDO.
De VDO heeft verschillende ambities: Netwerken, het bieden van een platform, archiveren, informatie verspreiden, het hebben van overzicht op het gehele vakgebied en contact leggen/ onderhouden met zusterorganisaties. Het is een kleine vereniging die net rondkomt van de ledenbijdragen en enkele donaties voor haar tweejaarlijkse publicatiebundel door wetenschappelijke- en onderwijsinstellingen. De bestuursleden zijn vrijwilligers die het bestuurslidmaatschap in hun vrije tijd vervullen. De middelen om ambities te verwezenlijken zijn dus beperkt, de vereniging is daarvoor afhankelijk van de inzet van leden. Een positieve tendens is dat het dansonderzoek zich op steeds meer geïnteresseerden kan verheugen; had de vereniging aanvankelijk nog maar tien leden, de laatste jaren nam het ledental een vlucht tot op het moment ca. zeventig betalende leden. Op LinkedIn is de interesse nog groter, daarop is de VDO met 170 mensen gelinkt. De leden voelen zich bovendien over het algemeen behoorlijk betrokken.
De VDO biedt deze leden een aantal aantrekkelijke activiteiten die een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun dagelijks werk. Zo is er jaarlijks een symposium waarop danswetenschappers en -geïnteresseerden kennis uitwisselen. Tevens wordt om de twee jaar een bundel uitgebracht met de meest recente danswetenschappelijke artikelen, die een podium biedt aan wetenschappers. Dit jaar is de zesde VDO-bundel gepubliceerd. In de algemene ledenvergadering worden suggesties geïnventariseerd voor de VDO-activiteiten. De VDO-website is onlangs vernieuwd. De site is informatiever, informatie is makkelijk te vinden en de vormgeving is vernieuwd. De site fungeert ook als archief.
De VDO informeert haar leden via e-mails over relevante activiteiten, zoals workshops, symposia, lezingen en publicaties. In de recente Algemene Ledenvergadering werd nog eens bevestigd dat deze e-mails zeer op prijs worden gesteld.
De VDO heeft zicht op alle organisaties die relevant zijn voor het danswetenschappelijk onderzoek en op relevante activiteiten. De vereniging zou in de toekomst meer contact willen hebben met zusterorganisaties. Gezien de beperkte tijd die het bestuur beschikbaar heeft, moeten de ambities ook reëel zijn en binnen de mogelijkheden passen.
In schema is weergegeven welke functies worden vervuld en welke instrumenten daarbij worden ingezet:

studiemiddag 2011

Geel = functioneert
Lichtgeel = zou beter kunnen
Wit = instrument is niet geschikt voor de functie

Na de presentatie van Liesbeth kreeg de zaal de gelegenheid vragen te stellen aan de sprekers en suggesties te doen voor toekomstige activiteiten van de VDO. Er bleek behoefte te zijn aan meer aandacht voor danseducatie.

Tot besluit van de studiemiddag vond de presentatie plaats van de zesde editie van de publicatie  ‘Danswetenschap in Nederland’. De eerste exemplaren werden uitgereikt aan de oprichters van de VDO:
Onno Stokvis, Jaap Blokdijk, Eva van Schaik en Frits Naerebout.

studiemiddag 2010-4-liesbeth wildschut studiemiddag 2010-3-Scott DelaHunta studiemiddag 2010-1-maaike bleeker studemiddag 2010-4-onno stokvis

sprekers: Liesbeth Wildschut, Scott deLahunta, Maaike Bleeker en Onno Stokvis

studiemiddag 2010-6 studiemiddag 2010-7

uitreiking publicatie Dansonderzoek in Nederland deel 6